Skip to content

Wanneer heb je iets “voorhanden”?

Wat betekent het eigenlijk om een wapen of munitie ‘voorhanden’ te hebben? Het klinkt misschien simpel, maar in de praktijk ligt dit net even anders. De Hoge Raad heeft in een belangrijk arrest van 31 maart 2020 duidelijk gemaakt dat het niet alleen gaat om letterlijk vasthouden van een wapen, maar ook bewustheid en de mogelijkheid om erover te beschikken. In een recente zaak kwam dit toetsingskader opnieuw op scherp te staan: een verdachte beweerde dat hij wist dat er munitie aanwezig was, maar dat hij er geen controle over had. Wanneer wordt een verdachte echt aansprakelijk geacht?

Wat speelde er in deze zaak?

De toezichthouders van de gemeente zijn samen met de verbalisanten naar een bedrijfspand gegaan naar aanleiding van een melding. Een van deze verbalisanten zag achter de bar een koelkast met daarin een opgerolde gele handdoek. De verbalisant pakte de handdoek eruit en zag hierin een magazijn/patroonhouder die gevuld was met patronen. Kort daarna zag hij onder de balie een soortgelijk geweer staan. Aan de onderkant van het geweer zag de verbalisant een opening waar ruimte was voor het magazijn. Dit bleek uiteindelijk ook passend te zijn.

De verdachte verklaarde het volgende hierover:

“Mijn vrouw had mij een paar dagen voor het weekend van 17 op 18 maart 2018 verteld dat een kennis, genaamd [betrokkene 1], kogels had gebracht en dat hij deze in de koelkast in het pand zou neerleggen. De koelkast stond op de bovenverdieping van het pand achter een soort bar. (…) Het wapen had ik ook van [betrokkene 1]. Op vrijdag 16 maart 2018 ben ik in het pand geweest en heb ik in de koelkast gekeken. Ik zag een geel doekje. Dit was om het magazijn gewikkeld. Ik zag het magazijn direct toen ik het doekje had weggehaald. (…) De kogels die in het gele doekje zaten, pasten in het wapen dat onder de balie is aangetroffen. Ik heb [betrokkene 1] toen direct gebeld en hem gezegd dat hij het magazijn weg moest halen. [betrokkene 1] woonde toentertijd in [plaats]. Hij zei dat hij het zou ophalen. Het weekend van 17 op 18 maart 2018 ben ik niet in het pand geweest. Er zijn wel andere mensen geweest, want er zijn altijd wel mensen. Mijn vrouw is wel in het pand geweest in het weekend van 17 op 18 maart 2018, maar ik heb haar niet gevraagd of het magazijn weg was. Zelf heb ik ook niet gecontroleerd of [betrokkene 1] het magazijn had opgehaald. Ik heb er verder niet meer bij stilgestaan.”

Toetsingskader

In een eerder arrest, 31 maart 2020, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ‘meer of mindere mate’ van bewustheid betekent dat de verdachte zich ervan bewust was dat er waarschijnlijk een wapen of munitie aanwezig was. Daarbij is niet vereist dat die bewustheid ook ziet op specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het aannemen van deze bewustheid geldt dat die ook kan worden vastgesteld in gevallen waarin het, gelet op de omstandigheden, niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich daarvan bewust was.

Daarnaast blijkt uit bovengenoemde arrest dat het voorhanden hebben van een wapen of munitie vereist dat de verdachte daar feitelijke macht over kan uitoefenen, in de zin dat de verdacht erover kan beschikken. Het is daarbij niet noodzakelijk dat het wapen of de munitie zich in zijn directe nabijheid bevindt. In uitzonderlijke situaties is de enkele mogelijkheid om feitelijke macht uit te oefenen echter onvoldoende om te oordelen dat sprake is van voorhanden hebben op grond van de wet. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer iemand onverwacht en ongewild tijdelijk een wapen of munitie van een ander in handen krijgt, of wanneer iemand onverwachts op de hoogte raakt van de aanwezigheid daarvan in zijn bijzijn, zonder dat hij daar redelijkerwijs afstand van kon nemen.

Beoordeling

Het hof heeft geoordeeld dat het niet relevant is dat de verdachte heeft gezegd dat hij een kennis had gevraagd om de kogelpatronen op te halen. Verdachte heeft namelijk niet gecontroleerd of dit ook echt gebeurd is. Daarom vindt het hof dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de munitie uit de koelkast is gehaald. De verdachte moet zich er dus bewust van zijn geweest dat de munitie, net zoals 16 maart 2018, waarschijnlijk ook op 19 maart 2018 in de koelkast lag.

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en vindt dit oordeel niet onbegrijpelijk. Hiermee wordt het arrest afgewezen en het toetsingskader van wapen of munitie in voorhanden hebben bevestigd.

Conclusie

Voorhanden hebben van een wapen is meer dan het simpelweg vasthouden ervan. Het draait om bewustzijn én de mogelijkheid om erover te beschikken, zelfs als je het wapen niet direct in je handen hebt. De Hoge Raad bevestigt dit: je kunt aansprakelijk zijn puur door te weten én te laten liggen.  

Op ons kantoor hebben Michiel Schimmel en Thyrsa Buskop veel ervaring met allerlei soorten strafzaken. U kan gerust en geheel vrijblijvend contact met hen opnemen via 035 69 44 8 33.