Skip to content

Wat is er aan de hand met het verschoningsrecht?

Afgelopen week heeft de Hoge Raad twee arresten over het verschoningsrecht gewezen. De eerste ging over het notarieel verschoningsrecht en de tweede over de appelmogelijkheden tegen beslissingen van de rechter-commissaris omtrent beslissingen inzake het verschoningsrecht. De timing acht ik enigszins opmerkelijk, nu er een behoorlijke controverse speelt deze maand over een nieuw wetsvoorstel betreffende het verschoningsrecht.

Wat is het verschoningsrecht?

Het verschoningsrecht houdt in dat de advocaat niet hoeft te verklaren over informatie die hem in zijn hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd. Dit geldt niet alleen voor advocaten, maar ook notarissen, geestelijken en artsen. Ik focus mij in deze blog op advocaten. Het uitgangspunt is dat de rechtzoekende vrij en zonder vrees voor openbaarmaking met zijn advocaat moet kunnen spreken. Zonder die vertrouwelijkheid kan een advocaat zijn taak niet behoorlijk vervullen. Het belang van waarheidsvinding moet daarom in beginsel wijken voor het maatschappelijke belang van vrije en onbevreesde toegang tot rechtsbijstand.

Dit is heel simpel, soms wil men iemand in vertrouwen kunnen spreken over wat hem overkomen is, met de garantie dat dit niet op straat komt te liggen. Het recht is complex en zonder overleg maakt men snel de verkeerde keuze. Er zijn uitzonderingen op dit recht, maar die zijn beperkt.

Wat is er aan de hand?

Afgelopen jaren is hier veel controverse over geweest. Samengevat kwam het erop neer dat het openbaar ministerie dikwijls stukken in beslag nam, deze ging uitzoeken en daarbij het verschoningsrecht niet, of beperkt, werd gerespecteerd. Hierom heeft de Hoge Raad in 2024 bepaald dat als er stukken in beslag worden genomen waarop het verschoningsrecht kan rusten en de advocaat stelt dat dit het geval is, de rechter-commissaris de beslissing neemt of deze mogen worden ingezien door het openbaar ministerie.  

Thans is er, na lobby door onder andere het openbaar ministerie en de rechtspraak, een wetsvoorstel gekomen waarin deze werkwijze in essentie wordt teruggedraaid en dit weer bij het openbaar ministerie komt te liggen.

Dat dit onwenselijk is, behoeft bij gebrek aan ophef hierover, uitleg. Het verschoningsrecht is niet alleen van toepassing op strafzaken. Ook als je huwelijk op de klippen loopt en je wil hierover vertrouwelijk spreken, kan dit in de handen van het OM komen. Als je verkeerde drugs hebt gebruikt en naar het ziekenhuis bent geweest, kan dit in handen van het OM komen, of als je gewoon vertrouwelijk met iemand je sores wil bespreken, kan dit in handen van het OM komen. Het is vervolgens aan het OM wat ze hiermee doen. Zij hebben immers ook de bevoegdheid om dan een vervolging tegen je te starten.

Het belang van het verschoningsrecht is veel breder dan strafzaken. Er zijn zaken die je niet wil dat in de openbaarheid komt, maar waarover je soms wel advies nodig hebt. Als dit potentieel strafbare feiten betreft, dan wil je niet dat het openbaar ministerie hier kennis van neemt. Ook als je niets te verbergen hebt, kunnen dingen verkeerd worden opgevat en kan je in een strafproces komen. Dat wil niemand.

Het verschoningsrecht is niet absoluut. Zeer uitzonderlijke omstandigheden laten zich denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap hem als zodanig is toevertrouwd moet prevaleren boven het verschoningsrecht. De vraag of zich zo uitzonderlijke omstandigheden voordoen laat zich niet in het algemeen beantwoorden. Voor het oordeel dat van zeer uitzonderlijke omstandigheden – en dus van een uitzondering op de hoofdregel met betrekking tot het verschoningsrecht – sprake is, gelden zware motiveringseisen.

Arresten Hoge Raad

In dat kader is de timing van de arresten opmerkelijk. De eerste ging over de vraag of men naar de Hoge Raad kon gaan als de rechter-commissaris kennisneming van bepaalde gegevens toestond? De rechtbank vond van niet, maar de Hoge Raad maakt daar korte metten mee en bepaalde:

“De beslissing die de rechter-commissaris op grond van artikel 98 lid 3 Sv neemt, strekt er immers toe te bepalen welke voorwerpen aan het openbaar ministerie ter beschikking mogen worden gesteld of van welke gegevens het openbaar ministerie kennis mag nemen, en voor welke voorwerpen of gegevens dit niet wordt toegelaten. Het beklag dat op grond van artikel 98 lid 4 Sv voor de verschoningsgerechtigde openstaat, richt zich dan ook tegen de beslissing van de rechter-commissaris voor zover deze inhoudt dat voorwerpen aan het openbaar ministerie ter beschikking worden gesteld of dat van gegevens kennis mag worden genomen. Dit betekent dat tegen de beslissing van de rechter-commissaris dat de officier van justitie mag kennisnemen van de fysieke en digitale bestanden en documenten die na de filtering zijn overgebleven, voor de klagers als verschoningsgerechtigden – zowel wat betreft de inbeslaggenomen voorwerpen als wat betreft de gevorderde gegevens – beklag als bedoeld in artikel 98 lid 4 in samenhang met artikel 552a Sv openstaat. De manier waarop de selectie van de (digitale) stukken en gegevens heeft plaatsgevonden, kan in de beoordeling van dat beklag worden betrokken.”

Men mag dus klagen over de inbeslagname, maar ook over de beslissing tot kennisname. Hiermee maakt de Hoge Raad nogmaals duidelijk dat er rechtsmiddelen open staan.

Het tweede arrest ging over het notariële verschoningsrecht. De casus is niet heel belangrijk, de overweging van de Hoge Raad wel. Daarin staat namelijk alle relevante informatie. De rechtbank oordeelde: “De rechtbank heeft geoordeeld dat in deze zaak geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het verschoningsrecht van de klager moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. De rechtbank heeft aan dat oordeel onder meer ten grondslag gelegd dat de datering van veel van de stukken waarop het verschoningsrecht rust, buiten de periode valt waarop de verdenking ziet, en dat – nu door de geheimhoudersofficier van justitie niet specifiek is aangeduid wat de “directe link” is tussen die stukken en de verdenking in het strafrechtelijk onderzoek tegen [betrokkene 1] , [A] en [betrokkene 2] – niet een zodanig verband bestaat tussen de stukken die onder het verschoningsrecht vallen en de verdenking, dat een inbreuk op het verschoningsrecht noodzakelijk is. Daarmee heeft de rechtbank – niet onbegrijpelijk – tot uitdrukking gebracht dat, wat betreft het belang van de waarheidsvinding, deze stukken niet in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit waarvan het vermoeden bestaat dat dit is begaan, dat deze gegevens kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. Ook het daarop voortbouwende oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het verschoningsrecht van de klager moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding – waarin de rechtbank verder nog heeft betrokken dat de klager in deze zaak zelf geen verdachte is, en dat niet is komen vast te staan dat de relevante gegevens niet op een andere manier kunnen worden verkregen – getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.”

De rechtbank had dus bepaald dat het verschoningsrecht van toepassing was. Het Openbaar Ministerie stapte hiervoor naar de Hoge Raad en kreeg de deksel op zijn neus. Men komt niet snel langs de uitzonderlijke omstandigheden.

Beide arresten tonen dat het openbaar ministerie snel van oordeel is dat het verschoningsrecht terzijde wordt geschoven. Nu wordt dat nog door de rechtsspraak beschermt. De vraag is nog of dat realistisch is in het nieuwe wetsvoorstel. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het openbaar ministerie van mening verandert als zij plotseling de bevoegdheden van de rechter-commissaris krijgt. Het gevolg hiervan is dat potentieel belastende gegevens sneller terecht komen bij de instantie die ook bevoegd is partijen te vervolgen.

Conclusie

Het verschoningsrecht en het belang daarvan staat niet bij eenieder op het netvlies. Dat is gek, nu het vaak een gegeven is voor mensen. Je arts houdt je medische stukken geheim en je kan in vertrouwen spreken met de pastoor of de advocaat. De vraag is of je dit ook nog zou doen als je weet dat de politie en het openbaar ministerie de bevoegdheid krijgen dit mee te lezen. Op dit moment valt het kwartje in de rechtspraak vaak aan de kant van de verschoningsgerechtelijke.

Op ons kantoor hebben Michiel Schimmel en Thyrsa Buskop veel ervaring met allerlei soorten strafzaken. Mocht u hier vragen over hebben, dan kan u gerust en geheel vrijblijvend contact met hen opnemen via 035 69 44 8 33.