Skip to content

Over een kwetsbare verdachte die een colablikje stal en de problemen die dat veroorzaakte

Een blog over een psychisch kwetsbare verdachte, de ontvankelijkheid in hoger beroep en de juridische afdoeningsmodaliteiten.

Dit is een verhaal over een arrest wat ik vandaag ontving. Het merendeel van de blogs die ik schrijf gaan over grote zaken en grote uitspraken van de Hoge Raad. Het gros van de strafzaken die echter behandeld wordt in Nederland, gaan niet over moord, verkrachting en brandstichting, maar zijn zittingen bij de politierechter. De zaken die daar behandeld worden gaan vaak over eenvoudige diefstallen, mishandelingen en rijden onder invloed. Desalniettemin kunnen dergelijke zaken razend interessant zijn. Dit is een verhaal over een dergelijke zaak, waarbij er ook nog sprake was van een verdachte die psychisch kwetsbaar was.

Wat is er aan de hand?

Een man, laten we het Pieter noemen, wordt op 19 oktober 2020 opgenomen met een zorgmachtiging in een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een aantal psychische stoornissen.

Hij komt op 19 november 2020 uit het psychiatrische ziekenhuis en gaat met het openbaar vervoer naar zijn begeleid wonen locatie waar hij 24 uurszorg ontvangt.

Op de terugweg steelt hij een blikje cola en een pennetje mascara bij een drogisterij. Hij wordt aangehouden en meegenomen naar het bureau. Hij wordt daar voorgeleid voor de hulp officier van justitie en die ziet geen aanwijzingen voor kennelijke kwetsbaarheid. Hij krijgt geen advocaat, wordt gehoord, bekent de diefstal en krijgt een dagvaarding mee voor een politierechterzitting op 16 februari 2021 en wordt heengezonden.

Pieter vervolgt zijn reis naar zijn begeleid wonen. Onderweg gooit hij de dagvaarding weg. Hij begrijpt er toch niets van en heeft hem niet meer nodig.

Op de politierechterzitting verschijnt hij niet. Hij was er immers niet van op de hoogte. Nu de dagvaarding in persoon is uitgereikt wordt hij aldaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 dagen.

Maar dan

Op 1 april 2021 ontvangt de bewindvoerder van cliënt het vonnis. Zij belt mij direct op. Immers zou cliënt zijn huisvesting verliezen bij een gevangenisstraf langer dan 14 dagen en dit kan en mag niet gebeuren.

Ik stel direct hoger beroep in. In mijn appelschriftuur (waar de gronden van het hoger beroep staan) leg ik uit dat Pieter met dit vonnis zijn woning zal verliezen.

De eerste horde die genomen moet worden is echter de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De dagvaarding is immers in persoon uitgereikt en Pieter had 14 dagen na de uitspraak om hoger beroep in te stellen. Dit heeft hij niet gedaan.In principe kan hij dan ook geen hoger beroep instellen.

Ontvankelijkheid in hoger beroep

De Hoge Raad heeft in het verleden over dergelijke zaken geoordeeld:

“De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan worden gedacht aan een zodanige psychische gesteldheid dat in verband daarmee het verzuim tijdig hoger beroep in te stellen niet aan de verdachte kan worden toegerekend (vgl. HR 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8587).”

Ik leg uit dat er in deze een verontschuldigbare termijnoverschrijding is. Het Gerechtshof is het met mij eens en oordeelt op 16 december 2021:

De eerste stap is genomen, we zijn ontvankelijk.

Daarmee zijn we er nog niet. Immers is er dan ook nog de vraag wat er met cliënt moet gebeuren. Het belangrijkste voor Pieter is dat hij geen gevangenisstraf krijgt langer dan 14 dagen. Dat hij het blikje cola en de mascara gestolen heeft, behoeft geen twijfel. De vraag is echter of een gevangenisstraf, gezien de persoonlijke omstandigheden, gepast is. De verdediging meent van niet. Ook een taakstraf lijkt mij praktisch onmogelijk. Hoe zou iemand met dergelijke problematiek überhaupt naar een taakstraflocatie moeten gaan?

Verder meen ik dat op grond van artikel 28b van het Wetboek van Strafvordering een advocaat had moeten worden opgeroepen. Dit omdat cliënt een kwetsbare verdachte was. Hij was immers net ontslagen uit het psychiatrisch ziekenhuis. Nu dit niet gebeurd is, meen ik dat er een vormverzuim had moeten plaatsvinden. Ik vond het vormverzuim niet geschikt voor bewijsuitsluiting (dan was er genoeg ander bewijs overgebleven) en een niet-ontvankelijkheid wordt dermate zelden uitgesproken, dat ook dat niet realistisch was. Ik vond dan ook dat cliënt geen straf verdiende.

Ik bepleit dan ook dat er toepassing gegeven moet worden aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel luidt als volgt:

Indien de rechter dit raadzaam acht in verband met de geringe ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, dan wel die zich nadien hebben voorgedaan, kan hij in het vonnis bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

De advocaat-generaal (de officier van justitie in hoger beroep) is het met mij eens. Ook het Gerechtshof is het met me eens en oordeelt dat er een vormverzuim heeft plaatsgevonden. Het Gerechtshof oordeelt:

Conclusie

Deze zaak illustreert wat een advocaat kan betekenen, ook in een kleine zaak. Hier werden een aantal voorkombare fouten gemaakt. Als aan Pieter gelijk een advocaat was toegekend, wat ook hoort te gebeuren volgens artikel 28b van het Wetboek van Strafvordering, dan was dit waarschijnlijk al opgelost bij de politierechter. De politie geeft aan zelf last te hebben van “verwarde personen” maar om op een dergelijke manier met een kwetsbare verdachte om te gaan is ook niet de oplossing. Het is mede dankzij mijn ingrijpen dat cliënt nu niet zijn woning verliest, maar het was nog beter geweest als ik niet had hoeven ingrijpen.

Mocht u nu verdacht worden van een strafbaar feit, schroom dan niet om contact op te nemen. De bijstand van een gespecialiseerd advocaat kan u vaak helpen.

Hamer Advocaten is een advocatenkantoor gevestigd in Bussum (Het Gooi). Wij zijn dagelijks bereikbaar via 035 69 44 8 33 of via info@hameradvocaten.nl.

Wanneer mag je erop vertrouwen dat een zaak geseponeerd is?
Vluchten kan niet meer (bij noodweer)
Play Video