De laatste tijd is er enige ophef geweest dat in veel zaken de redelijke termijn werd geschonden. Zo verscheen er ene artikel bij de NOS hierover. De onderstaande zaak geeft in een concrete zaak uitleg hoe de redelijk termijn werkt.
Een man die zijn echtgenote met een badjaskoord heeft verwurgd, werd veroordeeld door het hof tot een gevangenisstraf van tien jaren en tbs. Op 22 mei 2026 liet de Hoge Raad (hierna: HR) de veroordeling in stand, maar verminderde de opgelegde gevangenisstraf wegens een overschrijding van de redelijke termijn op grond van artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Wat lag daaraan ten grondslag? En hoe lang is de redelijke termijn eigenlijk?
Wat is de redelijke termijn?
Iedere verdachte heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht krachtens artikel 6 lid 1 EVRM. De redelijke termijn begint te lopen wanneer een verdachte er op mag vertrouwen dat hij door het Openbaar Ministerie (hierna: OM) zal worden vervolgd. De ‘redelijke termijn’ houdt in dat een verdachte niet onnodig lang onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Volgens vaste rechtspraak leidt de overschrijding van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging. Op het moment dat een procedure langer dan redelijk is, kan dit wel leiden tot strafvermindering. De vraag die dan opkomt is: welke termijn wordt als redelijk beschouwd? Dit hangt af van de ingewikkeldheid van de rechtszaak, de omstandigheden van het geval en of de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt. Als dit het geval is dan moet de strafzaak sneller worden behandeld dan wanneer de verdachte de behandeling van de rechtszaak in vrijheid mag afwachten. Verder hangt het er ook vanaf aan wie de redelijke termijn te wijten is. Als de verdediging vele onderzoekswensen indient, zal er minder snel sprake zijn van overschrijding van de redelijke termijn.
Wanneer een verdachte in voorlopige hechtenis zit, moet een strafzaak in beginsel binnen 16 maanden zijn afgerond. Als de verdachte niet in voorlopige hechtenis zit, moet de strafzaak binnen twee jaren zijn afgerond. Er zijn echter uitzonderingen op de 16-maanden en 2-jaarstermijn. Indien een strafzaak omvangrijk is, mag een strafzaak van de rechter langer duren. Dit geldt ook in het geval dat de verdachte tijdens het strafproces van advocaat wisselt en er vertraging optreedt.
Wat speelde er in deze zaak?
In deze zaak werd de man ervan verdacht zijn echtgenote om het leven te hebben gebracht met een badjaskoord in hun woning in Den Haag op 18 oktober 2020. De rechtbank veroordeelde de verdachte wegens moord op grond van artikel 289 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De verklaringen van de verdachte vonden volgens de rechtbank steun in andere bewijsmiddelen waaruit onder meer volgde dat om de nek van het lichaam van de vrouw een donkerblauw badjaskoord stevig was aangetrokken en dat zij is overleden door verwikkelingen van omsnoerend en/of drukkend geweld op de hals. Op de zitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte zijn proceshouding had gewijzigd. Hij beweerde dat de rechtbank hem ten onrechte had veroordeeld. Desondanks kwam ook het hof tot een veroordeling voor moord en legde een gevangenisstraf op van tien jaren en tbs. De verdachte stelde daarna beroep in bij de HR.
In cassatie voerde de verdediging aan dat het hof bij de beoordeling van de redelijke termijn van een onjuist uitgangspunt was uitgegaan. Het hof had immers geoordeeld dat een termijn van twee jaren redelijk was, terwijl de verdachte zich in verband met deze strafzaak in voorlopige hechtenis had bevonden. De verdediging pleitte daarom dat de 16-maandentermijn had moeten worden toegepast.
De HR gaf de verdediging op dit punt gelijk. Zoals hierboven beschreven geldt de 16-maandentermijn, omdat de verdachte tijdens de procedure in voorlopige hechtenis had gezeten. In deze zaak was die termijn al overschreden, waardoor de HR oordeelde dat de redelijke termijn was geschonden. Dit leidde ertoe dat de opgelegde gevangenisstraf met zes maanden werd verminderd. Wat betreft het overige bleef de veroordeling wegens moord in stand.
Conclusie
Uit deze uitspraak blijkt dat voor een verdachte die zich in voorlopige hechtenis bevindt in verband met de strafzaak, in hoger beroep in beginsel een behandeltermijn van zestien maanden geldt. Indien er ten onrechte wordt uitgegaan van een termijn van twee jaren, kan dit leiden tot een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM. Concluderend bleef de veroordeling in stand, maar zag de HR aanleiding om de opgelegde gevangenisstraf te verminderen vanwege de redelijke termijnoverschrijding
Op ons kantoor hebben Michiel Schimmel en Thyrsa Buskop veel ervaring met allerlei soorten strafzaken. U kan gerust en geheel vrijblijvend contact met hen opnemen via 035 69 44 8 33.
