Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft een man op 20 november 2023 veroordeeld wegens het medeplegen van onder andere het verkopen, afleveren en vervoeren van grote hoeveelheden cocaïne. Tegen dit arrest werd zowel door het Openbaar Ministerie als de verdachte cassatieberoep ingesteld. In deze blog wordt uitleg gegeven over de vraag wanneer illegale middelen buiten het Nederlandse grondgebied zijn gebracht en wordt het arrest van de Hoge Raad besproken wat je hier kan vinden.
Wat is er gebeurd?
In deze zaak gaat het om de (voorbereiding van) een grote levering cocaïne in 2017. Een Belgische undercoveragent deed zich voor als pseudokoper. De naam zegt het eigenlijk al; deze agent deed alsof hij geïnteresseerd was in het kopen van ruim 50 kilo cocaïne. Zodra het voorstel werd gedaan om de pseudokoper in contact te brengen met iemand die de cocaïne kon leveren, werd een infiltratietraject opgestart. Het infiltreren in een criminele organisatie is een verregaand opsporingsmiddel, dat alleen onder strenge voorwaarden mag worden ingezet. Immers gaat het hier om het binnendringen van een criminele organisatie, waarbij de rechten van de verdachte in het geding kunnen komen. De kans op uitlokking is in dit geval groot.
Naar aanleiding van dit succesvolle onderzoek werd een van de verdachten in deze zaak veroordeeld voor zijn bijdrage aan de levering van 50 kilo cocaïne. Het hof oordeelde dat hij een grote rol heeft gespeeld bij deze levering. Hij zou de rechterhand zijn geweest van een andere grote speler en het meest vertrouwd worden om kopers te benaderen.
Cassatie
Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte gaan in cassatie tegen het oordeel van het hof. De verdediging voert aan dat de verdachte zou zijn uitgelokt. De vraag of een verdachte is uitgelokt tot het plegen van strafbare feiten wordt getoetst met het Tallon-criterium. Over dit criterium hebben wij al eerder een blog over geschreven.
De middelen van het OM richten zich tegen de vrijspraak van het tenlastegelegde bestanddeel “buiten het grondgebied van Nederland brengen”. Het hof heeft de verdachte namelijk vrijgesproken voor zover hem wordt verweten dat hij pakketten cocaïne opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Immers is de cocaïne binnen Nederland geleverd aan een pseudokoper, waardoor volgens het hof de mogelijkheid dat de harddrugs buiten het grondgebied van Nederland zouden worden gebracht nooit aan de orde is geweest. Het hof stelt dat dit niet verandert doordat de verdachte hiervan niet op de hoogte was.
Opzettelijk buiten het grondgebied brengen
Met dit oordeel is het Openbaar Ministerie het niet eens. Volgens het Openbaar Ministerie gaat het bij de vraag of er sprake is van verlengde uitvoer, ofwel het buiten het grondgebied van Nederland brengen, of het opzet van de verdachte daarop bepalend is en niet of de uitvoer in werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Kortom: ook al zijn de illegale middelen niet daadwerkelijk buiten Nederland gebracht, kan de verdachte alsnog opzet hebben op de uitvoer hiervan.
In artikel 1.5 Opiumwet wordt de ruime definitie gegeven van dit bestanddeel. Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen valt onder andere het aanwezig hebben van deze middelen in een vaar-, voer- of luchtvaartuig dat bestemd is voor het buitenland. De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat ook het ten vervoer aanbieden van illegale middelen met bestemming naar het buitenland te brengen onder deze definitie valt. A-G Spronken legt in haar conclusie uit dat de wetgever hiermee heeft beoogd om het bewijs van het strafbare feit te vergemakkelijken. Binnen deze definitie kunnen nu dus ook handelingen van de verdachte worden aangemerkt als “buiten het grondgebied van Nederland brengen” als die voorafgaand aan de feitelijke uitvoer van de illegale middelen plaatsvinden. Als dit niet binnen de definitie van artikel 1.5 Opiumwet zou vallen, zou dat volgens de A-G betekenen dat alleen de partijen illegale middelen die daadwerkelijk de grens over zijn gegaan, bewezen verklaard kunnen worden. Dit zou een lastige bewijskwestie opleveren.
De middelen van het OM richten zich tegen de vrijspraak van het tenlastegelegde bestanddeel “buiten het grondgebied van Nederland brengen”. Het hof heeft de verdachte namelijk vrijgesproken voor zover hem wordt verweten dat hij pakketten cocaïne opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Immers is de cocaïne binnen Nederland geleverd aan een pseudokoper, waardoor volgens het hof de mogelijkheid dat de harddrugs buiten het grondgebied van Nederland zouden worden gebracht nooit aan de orde is geweest. Het hof stelt dat dit niet verandert doordat de verdachte hiervan niet op de hoogte was.
Conclusie
Het oordeel van de Hoge Raad laat zien dat de bewezenverklaring van de uitvoer los staat van de vraag wat er uiteindelijk met de illegale middelen is gebeurd. Dus in het geval dat kan worden aangetoond dat een verdachte het wel voor ogen had om een partij drugs buiten Nederland te brengen, maar dit in werkelijkheid (nog) niet is gebeurd, staat dit niet in de weg aan de vaststelling dat de verdachte illegale middelen heeft vervoerd “met bestemming naar het buitenland”.
Op ons kantoor hebben Michiel Schimmel en Thyrsa Buskop veel ervaring met allerlei soorten strafzaken. U kan gerust en geheel vrijblijvend contact met hen opnemen via 035 69 44 8 33.
