Skip to content

96 flessen olijfolie, 8 kilo cocaïne en een verdachte douanier

Het had de titel van een prachtige thriller kunnen zijn, maar het betreft in essentie de casus van een interessant arrest van afgelopen week. Wat was er aan de hand?

Casus

Het had de titel van een prachtige thriller kunnen zijn, maar het betreft in essentie de casus van een interessant arrest van afgelopen week. Wat was er aan de hand?

Op 19 en 20 oktober 2015 komen er 16 dozen met daarin 96 flessen olijfolie aan op Schiphol. In deze dozen zit (in totaal) 8 kilo cocaïne. De verdachte in de zaak, een douanier, stond klaar bij het sorteercentrum om de dozen te onderscheppen en aan een ondeugdelijke controle te onderwerpen. Hij had hierover overleg gehad met de medeverdachten, hij had zijn dienst omgegooid zodat hij dienst zou hebben als die zending aankwam en hierover informatie ingewonnen.

Alleen toen ging er iets mis. De zending werd automatisch goedgekeurd en hoefde niet door de douane. De vraag is nu of de douanier zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van de cocaïne, nu hij niet hoefde te doen wat afgesproken was.

Medeplegen

De vraag wanneer er sprake is van medeplegen, is lastig te beantwoorden. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Gerechtshof Amsterdam

Het Gerechtshof stelt dat de douanier zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen vanwege het volgende. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte bij de uitvoering van de verschillende handelingen strekkende tot de invoer van cocaïne uit Chili bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn mededaders. Bij die samenwerking was sprake van handelen overeenkomstig een tevoren gemaakt gezamenlijk plan, met een voor elk van de mededaders duidelijke rolverdeling, terwijl daarbij de onderlinge afstemming tussen de verdachte en zijn mededaders, in het bijzonder ook in de aan het verzenden voorafgaande fase, cruciaal was. Tegen deze achtergrond staat de omstandigheid dat verdachte niet zelf elke in de bewezenverklaring genoemde handeling heeft verricht er niet aan in de weg hem ook in zoverre als medepleger aan te merken. Het werken overeenkomstig het tussen de verdachte en zijn mededaders afgesproken plan, vereiste een nauwe en bewuste samenwerking en veel afstemming tussen alle betrokkenen (de verzendende partij in Chili, de omgekochte douaniers [verdachte] en [medeverdachte 1], de betrokkene op het afleveradres [betrokkene 1] en de uiteindelijk ontvangende partij). Bij de uitvoering van dit feit heeft de verdachte met zijn mededaders een voor de totstandkoming van het strafbare feit cruciale rol vervuld. De verdachte ontving een aanzienlijk aandeel voor een geslaagde zending. Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte door met zijn mededaders aldus te handelen zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair tenlastegelegde medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 8 kilogram cocaïne.”

Hij heeft volgens het Gerechtshof dus weliswaar niet de handelingen verricht die hij had moeten verrichten, maar hij had wel een cruciale rol bij de invoer en ontving ook een behoorlijk aandeel van de winst. Vanwege dit alles is er volgens het Gerechtshof dus sprake van medeplegen van de invoer van cocaïne. 

Advocaat-Generaal

De verdachte is het niet eens met het oordeel van het Gerechtshof en stapt naar de Hoge Raad. Hij stelt hierbij, samengevat, dat het begrip medeplegen niet te ver opgerekt moet worden. Volgens hem heeft hij niet veel meer gedaan dan een oogje dichtknijpen toen de zending binnenkwam.

De advocaat-generaal is het hier niet mee eens en stelt hierover Een douaneambtenaar die ook in het verband van de onderlinge taakverdeling zo intens met anderen samenwerkt en die in de voorbereiding en afhandeling zo een essentiële rol speelt als de verdachte in de onderhavige zaak, en wiens aanwezigheid bij de controle van de lading – of hier misschien juister: bij het niet controleren daarvan – zo cruciaal is als in het onderhavige geval, heeft een bijdrage geleverd die als van voldoende gewicht voor het medeplegen van de invoer van verdovende middelen als bedoeld in art. 2 onder A van de Opiumwet kan worden aangemerkt. Een dergelijke bijdrage is in een geval als het onderhavige in de totale keten van gedragingen per definitie van wezenlijke aard. Daarmee staat of valt immers doorgaans het welslagen van de invoer.”

En verder:

“Zoals het hof terecht heeft geoordeeld, heeft de verdachte in een zodanige mate deelgenomen aan de totstandkoming van het gezamenlijke plan en had hij in de voorbereiding en uitvoering van dat plan een zodanig cruciale rol, dat van medeplegen kan worden gesproken. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden. Dat buiten toedoen van de verdachte en diens medeverdachten een bepaalde onvoorziene omstandigheid er toe heeft geleid dat de verdachte zijn rol uiteindelijk niet ten volle heeft kunnen uitvoeren, maakt dit ook bezien in het licht van hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd niet anders.”

De advocaat-generaal is dus duidelijk de mening toegedaan dat er in dit geval wel degelijk sprake is van medeplegen. Zonder de verdachte was het pakketje nooit verstuurd en alleen al daarom was hij cruciaal. 

De Hoge Raad

De Hoge Raad is het hier volmondig mee eens en stelt:

Voor zover het cassatiemiddel berust op de opvatting dat de enkele omstandigheid dat de verdachte niet de uitvoeringshandelingen heeft verricht die hij volgens het tevoren gemaakte plan zou plegen, met zich zou brengen dat geen sprake meer kan zijn van de voor de kwalificatie medeplegen vereiste bijdrage van voldoende gewicht aan een delict, faalt het omdat die opvatting geen steun in het recht vindt.

 Ook voor zover het cassatiemiddel klaagt over de bewijsvoering van het medeplegen, kan het niet tot cassatie leiden. Het hof heeft op basis van de bewijsmiddelen en de in de bewijsoverweging opgesomde vaststellingen geoordeeld dat de verdachte bij de uitvoering van de verschillende handelingen die als doel de invoer van cocaïne hadden, bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn mededaders. Er was volgens het hof immers sprake van handelen overeenkomstig een tevoren gemaakt gezamenlijk plan, met een voor elk van de mededaders duidelijke rolverdeling. Daarbij was de onderlinge afstemming tussen de verdachte en zijn mededaders, in het bijzonder ook in de aan het verzenden voorafgaande fase, cruciaal. De verdachte heeft dus uiteindelijk een voor de totstandkoming van het strafbare feit cruciale rol vervuld. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Dat de verdachte op het moment dat de cocaïne daadwerkelijk in Nederland werd ingevoerd de hem toebedachte rol, te weten het niet deugdelijk controleren en niet onderscheppen van het pakket met cocaïne, niet heeft uitgevoerd omdat de cocaïne abusievelijk is vrijgegeven, doet daaraan niet af.”

Toelichting

Uit dit arrest valt af te leiden dat, zelfs als men niet de handelingen verricht die afgesproken waren, er nog steeds sprake kan zijn van medeplegen. In dit geval was de verdachte cruciaal voor de invoer van de cocaïne, was dit uitgebreid besproken en was er ook een duidelijk rolverdeling. Dat de verdachte uiteindelijk weinig heeft bijgedragen aan de invoer van de cocaïne, doet hier niet aan af.

Conclusie

Mocht u verdachte worden van een strafbaar feit, dan is het verstandig om contact op te nemen met een gespecialiseerd advocaat. Bij ons op kantoor in Bussum behandelt Michiel Schimmel de strafzaken. U kunt hem bereiken via 035 69 44 8 33, 06 247 196 89 of michiel@hameradvocaten.nl. Ook als u andere juridische vragen hebt kunt u ons natuurlijk bellen.

Foto door Mareefe via Pexels

Michiel
Play Video