Skip to content

Wat zijn mijn kansen op een VOG?

Een van de meest standaard vragen die ik krijg bij de bespreking van een zaak, is of iemand nog wel een VOG (een Verklaring Omtrent het Gedrag) krijgt bij een veroordeling. Hoewel de overheid hier veel informatie over verschaft, zie bijvoorbeeld hier, blijft hierover onduidelijkheid bestaan. Deze blog is geschreven om de meeste onduidelijkheid hierover weg te nemen en om uit te leggen wat je kunt doen als je VOG desalniettemin geweigerd wordt.

Hoe vraag ik een VOG aan?

Een VOG wordt aangevraagd bij je gemeente. Dit gaat soms digitaal en soms fysiek. Ik merk dat de meeste organisaties hun aanvraag digitaal doen de laatste tijd. Dit is voor iedereen eenvoudiger. Zodra de aanvraag binnen is bij de gemeente, zal die beoordeeld worden bij het COVOG (Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag). Zij zullen kijken of je er recht op hebt.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld?

Er zijn Beleidsregels hoe een beoordeling te werk gaat. In principe ontvangt het COVOG alle justitiële gegevens op de documentatie (je strafblad) die in binnen- en buitenland bekend staan. Als er geen justitiële gegevens op de documentatie staan, wordt zonder meer een VOG afgegeven.

Mochten er justitiële gegevens op je documentatie staan, dan is het de vraag welke justitiële gegevens dit zijn. Een vrijspraak, niet-ontvankelijk verklaring van de officier van justitie wordt in principe niet betrokken bij de beoordeling. De inhoud van een dagvaarding, een kennisgeving van (niet) verdere vervolging en beleidssepots kunnen wel een rol spelen bij de beoordeling van een aanvraag. Ten aanzien van sepots geldt dat alleen sepotbeslissingen die op beleidsmatige gronden zijn genomen (de zogenoemde beleidssepots) in de beoordeling van een VOG-aanvraag worden betrokken. Sepotbeslissingen die zijn genomen omdat processuele omstandigheden een succesvolle vervolging in de weg staan (de zogenoemde technische sepots) worden niet in de beoordeling van een VOG-aanvraag betrokken.

Als er wel justitiële documentatie is zoals hierboven omschreven, wordt er eerst gekeken of dit in de terugkijktermijn valt. De terugkijktermijn is in principe vier jaar. Voor jongeren tot 23 jaar geldt een terugkijktermijn van 2 jaar, behalve als er sprake is van zedendelicten of zware geweldsdelicten. Ernstige geweldsdelicten zijn delicten waar meer dan zes jaar gevangenisstraf voor kan worden opgelegd.

Bij bepaalde beroepen geldt een langere terugkijktermijn. Deze beroepen zijn hier terug te vinden. Dit betreft doorgaans de beroepen met een hoger integriteitsvereiste, zoals taxichauffeur (5 jaar), of rechter (30 jaar).

Objectief en subjectief criterium en de screeningsprofielen

Als blijkt dat er gegevens op de documentatie staan die in de terugkijktermijn vallen, wordt vervolgens gekeken naar het objectieve en subjectieve criterium. Het objectieve criterium houdt samengevat in of een bepaald feit an sich een belemmering kan vormen voor de functie waarvoor een VOG wordt aangevraagd. Hiervoor zijn ook de screeningsprofielen van Dienst Justis van belang.

Tevens wordt gekeken naar het subjectieve criterium. Het subjectieve criterium ziet op omstandigheden van het geval die ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving ten aanzien van deze aanvrager niet zou moeten leiden tot een weigering van de afgifte van de VOG.

Omstandigheden van het geval die altijd in de beoordeling worden betrokken zijn:

  • de afdoening van de strafzaak;
  • het tijdsverloop;
  • de hoeveelheid antecedenten.

Indien de aanvrager ten tijde van het plegen van een strafbaar feit minderjarig was, betrekt het COVOG dit in de beoordeling van de aanvraag. Tevens kan hier gekeken worden naar de omstandigheden waaronder dit feit wordt gepleegd.

Bijzondere weigeringsgrond

Mocht je op basis van dit alles recht hebben op een VOG, dan geeft artikel 3.4 van de Beleidsregels nog de bijzondere weigeringsgrond. Dit artikel luidt: 

“De VOG wordt in beginsel afgegeven wanneer de aanvrager binnen de van toepassing zijnde terugkijktermijn niet voorkomt in de justitiële documentatie, dan wel binnen de terugkijktermijn in de justitiële documentatie een justitieel gegeven wordt vermeld dat, geoordeeld naar de omstandigheden van het geval, onvoldoende zwaarwegend is om op grond daarvan de VOG niet te verstrekken. Indien echter onder deze omstandigheden buiten de van toepassing zijnde terugkijktermijn in het JDS een strafbaar feit wordt vermeld waarvan de aard en de ernst zodanig zijn dat, gelet op het doel van de aanvraag en het risico voor de samenleving, de belemmering voor de behoorlijke uitoefening van de beoogde taak of bezigheden te groot wordt geacht, kan de VOG worden geweigerd.”

Geweigerd, wat nu?

Als de afgifte van een VOG geweigerd wordt, ontvangt u eerst een voornemen waartegen u een zienswijze kan indienen. Doe dit vooral als u bijvoorbeeld op grond van het subjectieve criterium desalniettemin in aanmerking voor een VOG meent te komen.

Mocht, ondanks de zienswijze, alsnog een VOG geweigerd worden, dan kunt u in bezwaar tevens kunt dan de rechter vragen om een voorlopige voorziening om hangende de bezwaarprocedure een VOG te verstrekken, zoals bijvoorbeeld in deze zaak gebeurde. Indien u de bezwaarprocedure verliest, kunt u in beroep bij de rechter.

De kansen in de procedure hangen zeer af van de feiten en omstandigheden van het geval. Iemand die 20 jaar geleden is veroordeeld voor een zedenfeit als minderjarige staat bijvoorbeeld sterker dan iemand die een maand geleden voor hetzelfde feit is veroordeeld. Een gespecialiseerd advocaat kan dit het beste voor u inschatten, zonder garanties te geven.

Play Video