Onze blogs

Hier vindt u onze blogs over actuele zaken.

De digitale problematiek van het OM is niet (meer) het probleem van de verdediging

Als (strafrecht)advocaat maak je het een en ander mee: je ontmoet de meest bijzondere mensen, raakt betrokken in fascinerende zaken en kan mensen daadwerkelijk helpen met hun problemen. Dit alles maakt het een ongelofelijk dankbaar beroep.

Er zitten echter niet alleen maar voordelen aan het vak, maar ook ergernissen die het beroep soms ietwat ondankbaar maken: we krijgen al jaren onderbetaald, de kosten stijgen de pan uit en we lopen soms op tegen een muur van bureaucratie en (digitale) problematiek bij de overheid. Een van de meest kenmerkende voorbeelden van dit laatste is dat het soms simpelweg onmogelijk is om je als advocaat kenbaar te maken in een zaak, zodat je op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen. Over dit laatste is gisteren een prachtig arrest gepubliceerd van het Gerechtshof Amsterdam.

Wat was er aan de hand?

Een advocaat, te weten Patrick van der Meij, had zich als advocaat kenbaar gemaakt bij het Openbaar Ministerie te Amsterdam op basis van proces-verbaal nummer. Dit is het nummer wat de politie aan een zaak koppelt als de zaak in onderzoek is. Het openbaar ministerie reageerde op dit mailtje dat de zaak nog niet binnen was bij het Openbaar Ministerie en dat de advocaat het over twee maanden nogmaals kon proberen. In mei ontving hij het dossier, maar geen parketnummer (het kenmerk wat het openbaar ministerie gebruikt).

Een jaar later stuurt een medewerker van het kantoor een mailtje naar het Openbaar Ministerie dat zij niets meer vernomen hadden van het Openbaar Ministerie over de zaak, waarop het openbaar ministerie antwoordde dat de verdachte reeds bij verstek veroordeeld was. Advocaat Van der Meij gaat in beroep, verzoekt vernietiging van het vonnis van de rechtbank en een terugverwijzing naar de rechtbank ex artikel 423 lid 2 Strafvordering. Immers heeft iedere verdachte het recht op berechting in twee feitelijke instanties en was dat in dit geval geschonden.

Het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal (officier van justitie in hoger beroep) kan zich niet in het standpunt van de verdediging vinden. Voor deze blog relevant stelt het openbaar ministerie dat pas als de politie klaar is met onderzoek en de zaak definitief is, er een parketnummer aan de zaak gehangen wordt. Verder is er weliswaar een proces-verbaalnummer van de politie, maar kunnen de computersystemen van het openbaar ministerie geen advocaat aan de zaak koppelen als de zaak nog niet is ingestuurd en dat de advocaat zich overigens ook had moeten stellen bij de rechtbank. Dit is pech voor de advocaat, aldus het openbaar ministerie.

Het Gerechtshof

Het gerechtshof gaat hier niet in mee. Zij stellen dat de Hoge Raad in 2017 heeft geoordeeld dat als uit enig in het dossier aanwezig stuk blijkt dat de verdachte voor de desbetreffende aanleg vertegenwoordigd wordt door een raadsman, deze ook als zodanig erkend moet worden. Verder moet een raadsman zich in principe zowel bij het openbaar ministerie als bij de rechtbank kenbaar maken als advocaat, als er een parketnummer is en er een dagvaarding is uitgebracht.

In de onderhavige zaak was er echter geen parketnummer noch een dagvaarding. Het Hof stelt dan ook:

“Het onderhavige geval kenmerkt zich onder andere hierdoor dat de raadsman zich bij het openbaar ministerie onder vermelding van het (juiste) proces-verbaalnummer had gesteld toen de zaak nog geen parketnummer had, terwijl hij niet op de hoogte is gehouden van de ontwikkelingen in de zaak, dus ook niet van de beslissing de verdachte te vervolgen. Het hof is van oordeel dat (beperkingen in) de wijze waarop digitale werkprocessen bij het openbaar ministerie worden ingericht – waarop verdachten en raadslieden in de regel geen invloed kunnen uitoefenen – niet aan de verdediging kunnen worden tegengeworpen.

Bij deze stand moet worden geconstateerd dat het verzuim van de raadsman zich (op de juiste wijze) bij de griffie van de rechtbank te stellen niet voor rekening van de verdediging komt. Dit brengt mee dat aan dit verzuim niet het gevolg kan worden verbonden dat de raadsman niet als zodanig hoefde te worden erkend bij de berechting in eerste aanleg.”

Samengevat: de computerproblemen van het openbaar ministerie mogen niet het probleem zijn van de verdediging. Het Gerechtshof geeft de advocaat gelijk en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Voor de praktijk

Voor de praktijk is dit een fijn arrest. Wij als advocaten worden continue geconfronteerd met de gebrekkige verwerking van onze stelbrieven, waarbij ieder parket weer een ander mailadres en werkwijze heeft. Dit levert vaak problemen op, zoals in deze casus, dat een zaak ter zitting wordt behandeld en de raadsman niet op de hoogte is gebracht. Ik hoop dan ook (maar die hoop is waarschijnlijk tevergeefs), dat er spoedig een aanpassing komt bij het OM en dat wij als raadsman geregistreerd kunnen worden, ook als er nog geen parketnummer is; hoe moeilijk kan het zijn?

Mocht u nog vragen hebben over een strafzaak, schroom dan niet om contact op te nemen met Michiel Schimmel op 035 69 44 8 33.