Onze blogs

Hier vindt u onze blogs over actuele zaken.

Hoger beroep ingesteld? Houd je bereikbaar voor je advocaat!

Het komt vaker voor dan gedacht. Je wordt veroordeeld door de rechtbank, bent het niet eens met het vonnis en je dient hoger beroep in. Je vraagt je advocaat allerlei getuigen op te roepen om je onschuld aan te tonen en vervolgens hoor je niet zoveel van het Gerechtshof. Je advocaat doet zijn best je op de hoogte te houden, maar ook hij ontvangt weinig nieuws. Er gaat een jaartje voorbij, je denkt er niet meer aan, wijzigt eventueel van adres en je krijgt de indruk dat het wel over zal waaien.

Niet dus. Op dit moment is er, ook in hoger beroep, een achterstand in de behandeling van zaken. Het is geen uitzondering dat zaken in hoger beroep bijna twee jaar na de veroordeling in eerste aanleg behandeld worden. Formeel worden zowel jij als je advocaat opgeroepen voor een zittingsdatum, maar het kan gebeuren dat je (om welke omstandigheid dan ook) de oproep in hoger beroep mist.

Je advocaat ontvangt de dagvaarding wel, of hij wordt gebeld voor het vaststellen van een zittingsdatum. De advocaat zal jou, jij wilde immers in hoger beroep, proberen te bereiken via telefoon, mail, brief of voor zijn part postduif. De advocaat kan immers niet voor jou optreden in hoger beroep zonder jouw machtiging. De advocaat krijgt je niet te pakken, de zaak wordt uitgeroepen bij het Hof, de advocaat is aanwezig, maar jij niet. De advocaat voelt zich niet gemachtigd om jou te vertegenwoordigen, hij weet immers niet wat er de afgelopen jaren in jouw leven is gebeurd en misschien wil je wel van procespositie veranderen. Wat nu? Hierover gaat een recent arrest van de Hoge Raad.

Niet-gemachtigd raadsman

Een advocaat die zich niet gemachtigd voelt, mag in principe niet namens jou spreken op zitting. Hij mag wel namens jou een verzoek doen tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting voor zover dat verzoek wordt gedaan met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van of om een machtiging te krijgen om voor jou te spreken.

De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad in een aantal arresten duidelijk uiteen gezet wat de mogelijkheden zijn voor aanhoudingsverzoeken. Het is immers belangrijk dat jij, als verdachte, je aanwezigheidsrecht kan uitoefenen.

Deze arresten gingen er voornamelijk over hoe een verzoek onderbouwd moet worden (bijvoorbeeld bij ziekte of vakantie) en wat er van de verdediging verlangd kon worden. Het recente arrest gaat erover wat er moet gebeuren als een niet-gemachtigd raadsman een verzoek doet omdat hij simpelweg zijn cliënt niet kan bereiken.

Gerechtshof

Het gerechtshof had in het arrest het verzoek van de advocaat tot aanhouding afgewezen en formuleerde de afwijzing als volgt:

“Het hof onderbreekt het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek om aanhouding wordt afgewezen, nu het hof niet is gebleken van enige aanwijzing dat de verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken.”

De advocaat-generaal

De advocaat-generaal, een adviseur van de Hoge Raad, geeft het advies het arrest te vernietigen en wel om de volgende reden:

“4.2. Om een rechter in staat te stellen te beoordelen of er grond bestaat voor aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting, is vereist dat bij een verzoek tot aanhouding concreet de omstandigheid wordt aangevoerd die aan dat verzoek ten grondslag ligt. De lat daarvoor ligt niet zo hoog, want doorslaggevend is niet of het verzoek voldoende is onderbouwd – in voorkomende gevallen moet de rechter afhankelijk van de aard van de aangevoerde reden de gelegenheid bieden het verzoek van een nadere toelichting te voorzien of bewijsstukken te overleggen – maar of hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd voldoende aannemelijk is. Als er bij het aanhoudingsverzoek geen feitelijke redenen worden opgegeven dan kan het al daarom worden afgewezen. Maar als de raadsman ter zitting uitlegt dat hij geen contact met zijn cliënt heeft gehad en dat deze de telefoon niet heeft opgenomen of gereageerd heeft op een brief, dan moet de rechter als hij het verzoek afwijst hetzij (gemotiveerd) vaststellen dat hij het aangevoerde niet aannemelijk acht, hetzij blijk geven van een belangenafweging.

4.3. Blijkens de hiervoor geciteerde inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman als reden voor het aanhoudingsverzoek gegeven, dat hij het contact met zijn cliënt verloren heeft en in de gelegenheid wil worden gesteld om weer contact met hem te zoeken. Verder heeft hij aangegeven dat hij heeft geprobeerd om zijn cliënt te bellen, maar dat diens telefoon kennelijk buiten werking is, dat hij hem ook een brief naar de [a-straat] heeft gestuurd en dat hij uit het contact dat hij eerder met zijn cliënt had, heeft begrepen dat deze het hoger beroep wilde doorzetten.

4.4. Het hof heeft niet geoordeeld dat het aanhoudingsverzoek onvoldoende concreet is onderbouwd of dat het de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk acht, maar het aanhoudingsverzoek afgewezen omdat het hof niet is gebleken van enige aanwijzing dat de verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken. Mede in het licht van de mededeling van de raadsman dat hij uit het eerdere contact met verdachte had begrepen dat hij het beroep wilde doorzetten, is het oordeel van het hof dat niet is gebleken van enige aanwijzing dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken niet begrijpelijk, temeer nu uit de stukken blijkt dat de dagvaarding in hoger beroep niet in persoon aan hem is betekend, zodat de mogelijkheid bestaat dat de verdachte van de zitting niet op de hoogte was. Het hof heeft evenmin blijk gegeven van enige belangenafweging zoals vermeld onder 4.1. Nu het hof dit heeft nagelaten, heeft het zijn beslissing niet toereikend gemotiveerd.”

Al met al geeft de advocaat-generaal aan dat het Gerechtshof de verkeerde maatstaf heeft gehanteerd bij de afwijzing en dat de beslissing om het verzoek van de advocaat om aanhouding af te wijzen, tenminste beter uitgelegd had moeten worden.

Hoge Raad

De Hoge Raad volgt de advocaat-generaal in die zin dat de afwijzing van het verzoek onvoldoende gemotiveerd was, maar geeft daarbij wel het volgende aan:[3]

“Indien niet kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk weet heeft van de zitting, dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen. Bij die belangenafweging kan vervolgens wel betekenis toekomen aan de omstandigheid dat de dagvaarding of de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep op rechtsgeldige wijze, zij het niet in persoon, is betekend. Zoals tot uitdrukking is gebracht in HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, rechtsoverwegingen 3.36-3.37, mag dan immers van de verdachte die hoger beroep instelt en prijs stelt op berechting op tegenspraak, worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appeldagvaarding hem niet bereikt of de inhoud daarvan hem niet bekend wordt. Tot die maatregelen kan in elk geval worden gerekend dat de verdachte zich bereikbaar houdt voor zijn raadsman – die uit eigen hoofde een afschrift van de appeldagvaarding ontvangt indien hij zich in hoger beroep heeft gesteld – opdat de verdachte in voorkomende gevallen (ook) langs die weg van het tijdstip van behandeling van zijn zaak op de hoogte komt. Het kennelijk niet treffen door de verdachte van dergelijke in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen kan de rechter in hoger beroep – naast andere factoren die daarvoor van belang kunnen zijn, zoals het procesverloop en het gewicht van de zaak – in de vereiste belangenafweging betrekken.”

De Hoge Raad had al in eerdere zaken aangegeven dat van een verdachte verwacht mag worden dat hij zich bereikbaar houdt voor zijn advocaat en bevestigt dat in deze zaak weer. De les hieruit is dan ook belangrijk. Als je je niet bereikbaar houdt voor je advocaat, bijvoorbeeld omdat je verhuist en wijzigt van telefoonnummer, dan mag het Gerechtshof onder omstandigheden alsnog doorgaan met je zaak, met alle eventuele gevolgen van dien.

Mochten er nu vragen zijn over een ingesteld hoger beroep, of hebt u überhaupt vragen over een strafrechtelijke zaak, dan kunt u contact opnemen met Michiel Schimmel via michiel@hameradvocaten.nl of 035 69 44 8 33.